Читать книгу Nieuw volledig Oost-Indisch kookboek recepten - J. M. J. Catenius-van der Meijden - Страница 49
42. Pamodéro.
ОглавлениеKankoeng- of bliendjoe-bladeren, fijngesneden vleesch (een bordje vol), ¾ lepel ketoembar, ¼ lepel djienten, 1 theelepel kentjoor, 1 theelepel fijngesneden temoekoentji, eenige schijfjes laos, 2 lepels gesneden uien, 4 sioongs bawang-poetih, [gesneden], 4 à 5 kemiries, 1 of meer lomboks, 2 djeroek-poeroet-bladeren. Zout naar smaak.
Bereiding:
Behalve de djeroek-poeroet-bladeren worden al de kruiden met het zout fijngestampt en vermengd, daarna in de santen van één klapper gekookt, met bijvoeging van het vleesch, de kankoeng- of bliendjoe-bladeren en de djeroek-poeroet-bladeren. Is het vleesch gaar, dan is de sajor ook gereed.
N.B. Het vleesch moet zoo fijn mogelijk worden gesneden.
[Inhoud]