Читать книгу Wachten - Блейк Пирс - Страница 15
HOOFDSTUK NEGEN
ОглавлениеTerwijl Riley naar het wazige beeld staarde, vroeg ze zich af…
Wat is daarna gebeurd?
Wat gebeurde er met de vrouw nadat de camera haar uit de handen geslagen was?
Wat ervaarde ze?
Vocht ze tegen haar belager tot hij haar op een of andere manier overmeesterd en vastgebonden had?
Bleef ze bij bewustzijn tijdens haar lijdensweg? Of werd ze direct bewusteloos geslagen op het moment dat de foto werd genomen?
Of ontwaakte ze tot haar afgrijselijke laatste ogenblikken?
Misschien maakt het niet uit, dacht Riley.
Ze herinnerde zich wat de patholoog had gezicht over de kans dat Janet overleden was aan een overdosis amfetaminen.
Als dat zo was, was ze zich daadwerkelijk doodgeschrokken.
En nu keek Riley naar het bevroren moment waarop de fatale vrees daadwerkelijk was begonnen.
De gedachte deed haar diep huiveren.
Crivaro wees naar de foto en zei tegen Charlie, “Vergroot alles. Niet alleen deze, alle foto’s, iedere vierkante centimeter.”
Charlie krabde zich over het hoofd en vroeg, “Waar zijn we naar op zoek?”
“Mensen,” zei Crivaro. “Iedere persoon die je maar kan vinden. Het ziet ernaar uit dat Janet Davis dacht dat ze alleen was, maar dat had ze verkeerd gezien. Iemand was haar aan het opwachten. Misschien – heel misschien – heeft ze hem gefotografeerd zonder het te beseffen. Als je iemand vindt, wie dan ook, blaas die zo groot op als mogelijk.
Ze zei het niet hardop, maar Riley was sceptisch.
Zal Charlie ook maar iemand vinden?
Ze had een idee over de moordenaar – dat hij veel te heimelijk was om zich per ongeluk te laten fotograferen. Ze betwijfelde dat zelfs een microscopisch onderzoek van de foto’s enig spoor van hem zou opleveren.
Op dat moment zoemde Crivaro’s telefoon in zijn zak. Hij zei, “Dat zal zeker McCune zijn.”
Riley en Crivaro verlieten de donkere kamer, en Crivaro liep weg om het gesprek aan te nemen. Hij leek opgewonden door wat McCune hem aan het vertellen was. Toen hij het gesprek beëindigde, zei hij tegen Riley…
“McCune heeft de kostuumwinkel gevonden waar Janet Davis foto’s heeft genomen. Hij is onderweg ernaartoe en zegt dat hij ons daar zal ontmoeten. Laten we gaan.”
*
Toen Crivaro parkeerde voor de winkel die Costume Romp heette, zat Agent McCune al te wachten in zijn eigen auto. Hij stapte uit en voegde zich bij Riley en Crivaro toen ze naar de winkel liepen. Riley leek het in eerste instantie een bescheiden winkeltje. De etalage toonde natuurlijk kostuums – van een vampier en een mummy tot historische kostuums. Er was ook een Uncle Sam-kostuum voor de naderende Fourth of July.
Toen ze Crivaro en McCune naar binnen was gevolgd, schrok Riley van de verbijsterende omvang van de lange bakstenen binnenkant, met rekken die volgestouwd waren met zo te zien wel honderden kostuums, maskers en pruiken.
Het beeld van zoveel doen-alsof benam haar de adem. Onder de kostuums waren piraten, monsters, soldaten, prinsen en prinsessen, wilde dieren en huisdieren, buitenaardse wezens, en ieder ander soort personage dat ze kon verzinnen.
Het duizelde Riley. Per slot van rekening was Halloween maar eenmaal per jaar. Was er echt het hele jaar door een markt voor al deze kostuums? En zo ja, wat deden mensen ermee?
Een heleboel verkleedfeestjes, denk ik.
Het kwam in haar op dat het haar niet zou moeten verbazen, gezien al het verschrikkelijks waar ze dezer dagen over hoorde. In een wereld waren zoveel ontzettende dingen gebeurden, was het niet zo gek dat mensen naar fantasiewerelden wilden ontsnappen.
Het was ook niet verwonderlijk dat een getalenteerde fotograaf als Janet Davis hier graag foto’s nam, tussen zo’n weelderig assortiment van beelden. Ongetwijfeld had ze hier echte film gebruikt, geen digitale camera.
De monstermaskers en –kostuums deden Riley denken aan een TV programma dat ze de laatste paar jaren met plezier bekeek – het verhaal van een tienermeisje dat met vampiers en andere demonen vocht, en ze ombracht.
Maar recentelijk begon het programma Riley minder aan te staan.
Toen ze erachter was gekomen dat ze de vaardigheid had om het brein van een moordenaar binnen te dringen, kwam een verhaaltje over een meisje met bovenmenselijke krachten en bovenmenselijke plichten iets te dichtbij.
Riley, Crivaro en McCune keken allemaal om zich heen maar zagen niemand.
McCune riep, “Hallo – is daar iemand?”
Vanachter een van de kostuumrekken kwam een man.
“Kan ik u helpen?” vroeg ze.
De man maakte een verbluffende indruk. Hij was lang en verschrikkelijk mager, droeg een t-shirt met lange mouwen met de opdruk van een smoking. Hij droeg ook de bekende “Groucho”bril – het type met een grote witte neus, een bril met zwart montuur en zware wenkbrauwen en een snor.
Duidelijk wat onthutst, haalden Crivaro en McCune hun legitimatie tevoorschijn en legden uit wie zij en Riley waren.
Kennelijk totaal niet verrast door een bezoek van de FBI, stelde de man zichzelf voor als Danny Casal, de eigenaar van de zaak.
“Noem me maar Danny,” zei hij.
Riley hoopte dat hij zijn neusbril af zou zetten. Maar toen ze hem duidelijker bekeek, besefte ze…
Deze bril is op sterkte.
Ze hadden ook bijzondere dikke glazen. Danny Casal droeg deze bril kennelijk altijd. Zonder de bril zou hij ongetwijfeld flink bijziend zijn.
McCune opende een folder.
“Hier zijn foto’s van twee vrouwen,” zei hij. “We willen weten of u een van hen ooit gezien hebt.”
De wenkbrauwen en valse neus en snor hipten allemaal op en neer terwijl Danny knikte. Riley dacht dat hij een bijzonder serieuze en zure man moest zijn om zoiets te dragen.
McCune haalde een van de foto’s eruit en hield hem voor de winkeleigenaar.
Danny bekeek de foto door zijn bril.
Hij zei, “Ze is niet een van onze vaste klanten. Ik kan niet verzekeren dat ze nog nooit in de winkel geweest is, maar ik herken haar niet.
“Weet u dat zeker?” vroeg McCune.
“Vrij zeker.”
“Doet de naam Margo Birch een belletje rinkelen?”
“Eh, misschien iets in het nieuws. Ik weet het niet zeker.”
McCune haalde een andere foto tevoorschijn. “En deze vrouw dan? We begrijpen dat ze uw zaak bezocht heeft om foto’s te nemen.”
Ook Riley keek goed naar de foto. Dit moest Janet Davis zijn. Voor het eerst zag ze haar levende, ongeschminkte gezicht – lachend en vrolijk en zich niet bewust van het verschrikkelijke lot dat haar te wachten stond.
“Oh ja,” zei Casal. “Ze was hier niet zo lang geleden. Janet nogwat.”
“Davis,” zei Crivaro.
“Dat is het,” knikte Casal. “Aardige vrouw. Aardige camera ook – ik ben zelf ook een beetje een fotografieliefhebber. Ze bood aan om me te betalen om haar hier foto’s te laten nemen, maar ik weigerde. Ik was gevleid dat ze mijn zaak de moeite waard vond.”
Casal hield zijn hoofd schuin en keek zijn bezoekers aan.
“Maar ik neem aan dat jullie hier niet zijn met goed nieuws over haar,” zei hij. “Is ze in de problemen of zoiets?”
Crivaro zei, “Ik ben bang dat ze het slachtoffer is van een moord. Allebei deze vrouwen.”
“Echt waar?” zei Casal. “Wanneer dan?”
“Margo Birch was vijf dagen geleden dood aangetroffen. Janet Davis is eergisteravond vermoord.”
“Oh,” zei Casal. “Het spijt me dat te horen.”
Riley merkte nauwelijks verschil in de toon van zijn stem of zijn gezichtsuitdrukking.
McCune veranderde van insteek. Hij vroeg, “Verkoopt u hier ook clownskostuums?”
“Natuurlijk,” zei Casal. “Hoezo?”
McCune pakte abrupt een nieuwe foto uit zijn folder. Riley slaakte bijna een gil toen haar oog erop viel.
De foto toonde een andere dode vrouw gekleed in clownskostuum. Ze was uitgestrekt op het asfalt naast een vuilniscontainer in een steegje. Het pak was hetzelfde als dat van Janet Davis, het slachtoffer dat die ochtend in het park gevonden was – opgebolde stof met enorme pompomknopen. Maar de kleuren en patronen waren iets anders, en de schmink ook.
Margo Birch, besefte Riley. Zoals ze gevonden werd.
McCune vroeg Casal, “Verkoopt u kostuums zoals deze?”
Riley zag Crivaro fronsen naar McCune. McCune was duidelijk Casals reactie op de foto aan het testen, maar Crivaro leek zijn patsboem-aanpak af te keuren.
Maar net als McCune was Riley nieuwsgierig naar de reactie van de man.
Casal draaide zich om naar Riley. Ze kon zijn uitdrukking gewoonweg niet lezen. Behalve de zware wenkbrauwen en snor, kon ze nu ook zien hoe dik de glazen van zijn bril waren. Hoewel hij haar wel direct in de ogen moest kijken, leek het er niet op. Zijn ogen, gebroken door de lenzen, leken een iets andere kant op te kijken.
Het lijkt wel alsof hij een masker draagt, dacht Riley.
“Is dit mevrouw Davis?” vroeg Casal aan Riley.
Riley schudde haar hoofd en zei, “Nee. Maar Janet Davis’ lichaam werd vanmorgen in soortgelijke staat aangetroffen.”
Nog altijd zonder enige variatie in de toon van zijn stem, zei Casal tegen McCune…
“In antwoord op uw vraag – ja, dit type kostuum verkopen we.”
Hij leidde de bezoekers naar een lang rek vol clownspakken. Riley stond perplex van hoe gevarieerd ze waren.
Terwijl Casal door wat versleten jasjes en ruime, opgelapte broeken bladerde, zei hij, “Zoals je kunt zien zijn er verschillende clown-typetjes. Hier is bijvoorbeeld de “vagebond”, vaak weergegeven als zwerver of landloper, met versleten hoed en schoenen, smoezelige zongebrande make-up, een trieste frons en een geschminkte stoppelbaard. Het vrouwelijke evenbeeld is vaak een zwerfster.”
Hij ging verder naar een groep bontere kostuums.
“Licht gerelateerd aan de vagebond is de ‘Auguste’, een traditioneel Europees typetje. Die is meer een oplichter dan vagebond, een volgeling en lakei. Hij draagt een rode neus en niet bij elkaar passende kleding. Hij varieert zijn gedrag van onbeholpen klunzigheid tot behendige sluwheid.”
Toen schuifelde hij tussen een paar voornamelijk witte kostuums, sommigen met sterren en met gekleurde zoom.
Hij zei, “En hier hebben we de traditionele Europese witgezicht-typetje, de “Pierrot” – beheerst, evenwichtig, gracieus, intelligent, altijd zichzelf in de hand. Zijn make-up is simpel, helemaal wit, met normaal geproportioneerde trekken opgeschilderd in rood of zwart, als een mime, en hij heeft vaak een puntige hoed op. Hij is een authoriteitsfiguur, vaak de baas van Auguste – en geen al te sympathieke baas. Dat is niet zo verwonderlijk, aangezien Auguste vooral grappen ten koste van hem maakt.”
Hij liep door tientallen compleet verschillende kostuums, en zei…
“En hier hebben we een heleboel verschillende “personage’-clowns, gebaseerd op typetjes die bekend zijn uit het dagelijks leven – politieagenten, diensters, butlers, artsen, brandweermannen, dat soort dingen. Maar hier is het typetje dat jullie zoeken.”
Hij toonde zijn bezoekers een rij felgekleurde kostuums die Riley absoluut deden denken aan de slachtoffers in de foto en het veld.
“Dit is de “groteske witgezicht”,” zei hij.
Dat woord ving Riley’s aandacht.
Grotesk.
Ja, dat was een goede beschrijving van hoe Janet Davis’ lichaam behandeld was.
Spelend met een van de outfits, vervolgde Casal, “Dit is het gebruikelijkste clown-typetje denk ik, tenminste hier in Amerika. Het vertegenwoordigt niet een specifiek type of beroep of status. Het groteske witgezicht ziet er gewoon algemeen clownachtig uit, belachelijk en onnozel. Denk aan Bozo de Clown, of Ronald McDonald – of Stephen Kings “It” om een enger voorbeeld te noemen. Het groteske is gewoonlijk in kleurrijk slobberkostuum met te grote schoenen, en witte make-up met overdreven gezichtstrekken, inclusief een enorme pruik en een felrode neus.”
Crivaro leek oprecht geïnteresseerd in wat Casal nu vertelde.
Hij vroeg, “Heeft u recentelijk een van deze grotesk-type kostuums verkocht?”
Casal dacht een tijdje na.
“Niet dat ik me kan herinneren – in de laatste paar maanden in ieder geval,” zei hij. “Ik kan wel door onze bonnetjes kijken, maar dat gaat even duren.”
Crivaro bood hem zijn FBI-visitekaartje en zei, “Ik zou het op prijs stellen als u dat zou doen, en dan contact met me zou opnemen.”
“Dat doe ik,” zei Casal. “Maar beseft u wel dat het groteske kostuum ontzettend veel voorkomt. Het kan iedere kostuumwinkel waar dan ook in de stad gekocht zijn.”