Читать книгу Wachten - Блейк Пирс - Страница 6

PROLOOG

Оглавление

In eerste instantie kon Janet Davis nergens anders aan denken dan aan de verschrikkelijke pijn die door haar schedel rammelde als duizend castagnetten die geen maat konden houden.

Haar ogen waren dicht. Toen ze hen probeerde te openen werd ze verblind door helwit licht, en ze moest haar ogen ogenblikkelijk weer sluiten.

Het licht viel heet op haar gezicht.

Waar ben ik toch? vroeg ze zich af.

Waar was ik voordat…voordat dit gebeurde?

Toen begon het weer naar boven te komen…

Ze was foto’s gaan maken in het moeras bij het Lady Bird Johnsonpark. De zomer was te vergevorderd om de miljoenen narcissen daar te zien bloeien, maar de kornoeljebladeren waren prachtig diepgroen, vooral bij zonsondergang.

Ze had in de jachthaven gestaan om foto’s te nemen van de boten gehuld in schaduw, en de prachtige dans van de zonsondergang op het water. Voor ze zich zelfs maar kon omdraaien om te kijken, had ze een scherpe klap gevoeld op haar achterhoofd, en de camera was uit haar handen gevlogen, en…

Toen zal ik wel bewusteloos zijn geraakt.

Maar waar was ze nu?

Ze was nog te versuft om echt bang te zijn. Maar ze wist dat de angst snel zou komen. Langzamerhand werd ze zich ervan bewust dat ze plat op haar rug op een harde ondergrond lag. Ze kon haar armen en benen niet bewegen. Er zat geen gevoel in haar handen en voeten door de strakke bindingen om haar polsen en enkels.

Maar het raarste gevoel van al was dat van vingers op haar gezicht, die iets zachts en vochtigs op haar hete huid smeren.

Ze wist een paar schorre woorden uit te brengen.

“Waar ben ik? Waar ben je mee bezig?”

Toen er geen antwoord klonk, draaide ze met haar hoofd in een poging om aan de irriterende bewegingen van de slijmerige vingertoppen te ontsnappen.

Ze hoorde een mannenstem fluisteren…

“Stilzitten.”

Ze dacht er niet aan stil te zitten. Ze bleef wriemelen tot de vingers zich verwijderden.

Ze hoorde een luide, afkeurende zucht. Toen verschoof het licht, zodat het niet langer op haar gezicht gericht was.

“Doe je ogen open,” zei de stem.

Ze deed het.

Voor haar glansde het scherpe lemmet van een slagersmes. De punt van het mes begon haar gezicht te naderen, waardoor ze scheel ging kijken en het lemmet dubbel zag.

Janet zoog de adem in, en de stem fluisterde weer…

“Stilzitten.”

Ze verstijfde en keek recht omhoog, maar een vlaag van doodsangst schoot door haar lichaam.

De stem siste weer een bevel.

“Stil, zei ik.”

Ze dwong haar lichaam stil te blijven. Haar ogen waren geopend, maar het felle licht was pijnlijk en heet, en ze kon niets duidelijk zien.

Het mes verdween, en de vingers pakten het smeren weer op, ditmaal rond haar lippen. Ze knarste met haar tanden, en kon ze daadwerkelijk tegen elkaar horen schuren met verschrikkelijke druk.

“Bijna klaar,” zei de stem.

Ondanks de hitte begon Janets gehele lichaam te rillen van angst.

De vingers begonnen nu rondom haar ogen te drukken, en ze moest die sluiten om te voorkomen dat wat de man ook over haar aan het smeren was niet in haar ogen geraakte.

Toen verwijderden de vingers zich van haar gezicht en kon ze haar ogen weer openen. Nu kon ze het silhouet zien van een groteske gevorm hoofd dat zich in het helse licht verplaatste.

Ze voelde een bange snik uit haar keel losbarsten.

“Laat me gaan,” zei ze. “Laat me alsjeblieft gaan.”

De man zei niets. Nu voelde ze hem morrelen met haar linkerarm, iets elastisch om haar bicep binden, en dat pijnlijk straktrekken.

Janet raakte nu nog meer in paniek, en ze probeerde zich niet in te denken wat haar te gebeuren stond.

“Nee,” zei ze. “Niet doen.”

Ze voelde een vinger tegen de binnenkant van haar elleboog duwen, en toen kwam de stekende pijn van een naald die een bloedvat binnentrad.

Janet gilde van angst en wanhoop.

Maar terwijl ze de naald uit haar voelde gaan, werd ze bevangen door een vreemde verandering.

Haar schreeuw veranderde plotseling in…

Lachen!

Ze lachte dolgedraaid, zonder controle, met een krankzinnige euforie die ze nooit eerder had ervaren.

Ze voelde zich nu warempel onoverwinnelijk, en oneindig sterk en oppermachtig.

Maar toen ze zich weer van de boeien om haar polsen en enkels probeerde te bevrijden, gaven ze niet mee.

Haar gelach veranderde in een stroom van blinde razernij.

“Laat me los,” siste ze. “Laat me los, of ik zweer het, ik maak je af!”

De man fluisterde een lach.

Toen draaide hij de metalen lampenkap zo dat het licht op zijn gezicht scheen.

Het was het gezicht van een clown, witgeschilderd met gigantische, bizarre ogen en lippen in zwart en rood getekend.

Janets adem bevroor in haar longen.

De man glimlachte. In tegenstelling tot de felle kleuren op zijn gezicht hadden zijn tanden een doffe, gele kleur.

Hij sprak haar aan…

“Ze gaan je achterlaten.”

Janet wilde vragen…

Wie?

Over wie heb je het?

En wie ben jij?

Waarom doe je me dit aan?

Maar nu kon ze zelfs niet meer ademen.

Het mes flitste weer voor haar gezicht. Toen trok de man de scherpe punt lichtjes over haar wang, langs de zijkant van haar gezicht, en toen over haar keel. Een hele lichte druk maar, en Janet wist dat het mes haar zou laten bloeden.

Ze begon weer te ademen, eerst met oppervlakkige horten en stoten, toen met diepe teugen lucht.

Ze wist dat ze begon te hyperventileren, maar ze kreeg haar adem niet onder controle. Ze kon haar hart in haar borst voelen bonzen, kon de wilde hartslag voelen en horen tussen haar oren, steeds sneller en luider.

Ze vroeg zich af…

Wat zat er in die naald?

Wat het ook was, het begon steeds meer vat op haar te krijgen. Ze kon niet ontsnappen aan wat er in haar eigen lichaam gebeurde.

Terwijl hij haar gezicht met het mespunt bleef strelen, murmelde hij…

“Ze gaan je achterlaten.”

Ze kon nog net kreunen…

“Wie? Wie gaan me achterlaten?”

“Je weet wel,” zei hij.

Janet besefte dat ze de macht over haar gedachten kwijt begon te raken. Gedachteloze zenuwen en paniek, onzinnige gevoelens van achtervolging en slachtofferrol.

Over wie heeft hij het?

Beelden van vrienden en familieleden en collega’s gingen door haar hoofd.

Maar de vertrouwde, vriendelijke glimlach op hun gezichten veranderde in sneren van minachting en haat.

Iedereen, dacht ze.

Iedereen doet me dit aan.

Iedere persoon die ik ken.

Weer voelde ze een vlaag van woede.

Ik had moeten weten dat ik niemand moest vertrouwen.

Erger nog, het was alsof haar huid letterlijk aan het bewegen was.

Nee, alsof er iets over haar huid kroop.

Insecten! dacht ze.

Wel duizenden!

Ze worstelde met haar boeien.

“Sla ze van me af!” smeekte ze de man. “Sla ze dood!”

De man grinnikte terwijl hij haar bleef aanstaren, door zijn groteske make-up.

Hij bood geen hulp aan.

Hij weet iets, dacht Janet.

Hij weet iets dat ik niet weet.

Toen, terwijl het gekruip gestaag doorging, begreep ze het…

De insecten…

Ze kruipen niet over mijn huid.

Ze kruipen eronder!

Ze begon steeds sneller te ademen, en haar longen brandden alsof ze een lange afstand gerend had. Haar hart bonsde nog pijnlijker.

Haar hart ontplofte met een hele reeks van gewelddadige emoties – razernij, angst, walging, paniek, een totale perplexiteit.

Had de man duizenden, misschien zelfs miljoenen, insecten in haar bloedbaan gespoten?

Hoe was dat nu mogelijk?

Met een stem die trilde van woede en zelfmedelijden, vroeg ze…

“Waarom heb je zo’n hekel aan me?”

Ditmaal grinnikte de man luider.

Hij sprak: “Iedereen heeft een hekel aan jou.”

Nu begon Janet moeilijk te zien. Het was niet dat haar zicht troebel werd. In plaats daarvan begon het tafereel voor haar te horten en te stoten en te springen. Ze dacht dat ze haar oogballen in hun kassen kon horen ratelen.

Dus toen haar oog op een tweede clowngezicht viel, dacht ze dat ze dubbel zag.

Maar al gauw besefte ze…

Dit is een nieuw gezicht.

Het was geschminkt in dezelfde kleuren, maar de vormen verschilden wat.

Dat is hem niet.

De trekken onder de schmink waren bekend.

Toen wist ze het…

Ik. Dat ben ik.

De man hield haar een spiegel voor het gezicht. Het afgrijselijke, opzichtige gezicht dat terugkeek was dat van haar.

De aanblik van dat vervormde, jankende, en tegelijkertijd spottende gelaat vervulde haar met een afkeer die ze niet eerder gekend had.

Hij heeft gelijk, dacht ze.

Iedereen haat me.

En ik ben zelf mijn grootste vijand.

Alsof ze haar walging deelden, renden de beestjes onder haar huid in de wilde weg rond als kakkerlakken die plotseling aan het zonlicht blootgesteld werden maar nergens heen konden vluchten.

De man legde de spiegel neer en begon haar gezicht weer met het mespunt te strelen.

Wederom zei hij…

“Ze gaan je achterlaten.”

Terwijl het mes zich over haar keel bewoog, bedacht ze…

Als hij in me snijdt kunnen de insecten ontsnappen.

Natuurlijk zou het mes haar ook doden. Maar dat leek een goede ruil voor bevrijd te zijn van de insecten en deze vreselijke angst.

Ze siste…

“Doe het dan. Doe het nu.”

Plotseling was de lucht gevuld met lelijk en vervormd gelach, alsof duizenden clowns zich luidruchtig verkneukelden over haar leed.

Het gelach dreef haar hart harder en sneller te bonzen. Janet wist dat haar hart dit met geen mogelijkheid langer aan zou kunnen.

En dat wilde ze niet.

Ze wilde dat het zo gauw mogelijk zou stoppen.

Ze merkte dat ze hartslagen aan het tellen was…

Een, twee…drie, vier, vijf…zes…

Maar de hartslagen werden zowel sneller als onregelmatiger.

Ze vroeg zich af – wat zou er eerder ontploffen, haar hart of haar hersenen?

Toen hoorde ze eindelijk haar allerlaatste hartslag, en de wereld verdween.

Wachten

Подняться наверх