Читать книгу Magie bij de Grieken en de Romeinen - K. H. E. de Jong - Страница 4

VOORREDE.

Оглавление

Inhoudsopgave

De magie is in wezen handelen, actief optreden bij uitnemendheid en wel met behulp van wonderbaarlijke of wonderbaarlijk werkende middelen, zij doet blijken dat de mensch krachten bezit, die buiten het bereik van de algemeen erkende zintuigen vallen; zij leidt tot de overtuiging dat onze ziel den "dood" overleeft en dat er nog andere intelligenties zonder cellichamen bestaan. Wat de religie betreft, deze onderscheidt zich van de magie hoofdzakelijk daarin, dat zij tegenover de "hoogere" machten uitteraard eene passieve houding aanneemt, een onderscheid, dat zich echter niet streng laat doorvoeren, zooals bijv. het gebed in vele gevallen beslist een actief karakter draagt. De mantiek, d.w.z. het om raad vragen en uitvorschen van de toekomst buiten de rede om, wijkt eveneens door haar passief karakter van de magie af, maar ook hier is de grens niet scherp te trekken, daar immers de magie vaak ter wille van de wichelarij wordt beoefend.

Wij vatten voorts de magie meer in individueelen zin op en roeren daarom bijv. de zg. mysteriën, die immers in den grond der zaak officiëele magie waren, niet dan bij uitzondering aan. Bij de indeeling van de gegeven stof laten wij ons door historische gezichtspunten leiden. Hoofdstuk I behandelt den tijd tot ± 450 v. Chr., het tijdperk van het naïeve geloof, hoofdstuk II den tijd van ± 450 v. Chr.—± 100 v. Chr., waarin het ongeloof bovendrijft, hoofdstuk III den tijd van ± 100 v. Chr.—± 50 n. Chr., waarin de kentering intreedt en het ongeloof terugwijkt; hoofdstuk IV den tijd van ± 50 n. Chr.—± 200 n. Chr., waarin de nederlaag der ongeloovigen niet meer te loochenen valt, en hoofdstuk V de laatste eeuwen der oudheid, ± 200 ± 500 n. Chr., waarin het geloof door de wijsbegeerte wordt gerechtvaardigd.

Hypothesen wantrouwende bepalen wij ons er hoofdzakelijk toe den lezer met de bronnen zelve in kennis te stellen. Wij hebben daarom getracht de citaten, hoe moeilijk, ja zelfs raadselachtig deze vaak zijn, zoo nauwkeurig mogelijk te vertalen. Ook hierbij hebben wij, zooals van zelf spreekt, ons den arbeid onzer voorgangers ten nutte gemaakt. In de vertaalde teksten staan onze eigene toelichtingen tusschen [ ].

Het is mij eene aangename plicht, in de eerste plaats Prof. Dr. J. de Zwaan, en verder Dr. C. Brakman en den Heer W. C. Cape, voor de nuttige wenken, die ik van hen ontving, mijn hartelijken dank te betuigen.

Den Haag. K. H. E. de Jong.

Magie bij de Grieken en de Romeinen

Подняться наверх