Читать книгу Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten - Gezelle Guido - Страница 9

GEWIJDE KLOK

Оглавление

o Avond- noen- en morgenmate,

ik vrij mij op uw’ klank verlate,

gewijde klok!


Uw hert is van metaal gegoten,

toch blijft het voor geen mensch gesloten,

gewijde klok!


Gij hangt zoo hooge, ik ga zoo leege,

och helpt de menschen, kranke en veege,

gewijde klok!


En dat uw klank in ’t ronde vliege,

zij lief of leed aan sponde en wiege,

gewijde klok!


Den akker end’ het veld verwekke,

en al dat hoort tot welzijn strekke,

gewijde klok!


Gij zegt aan elk het lang verleden

de mede- en wederspoedigheden,

gewijde klok!


Gij troost mij op den dag van huiden,

en zult wel eens mijn uitvaart luiden,

gewijde klok!


Nog zult ge waken lang na dezen,

en ongeboornen beeklank wezen,

gewijde klok!


Dan zal mijn taal geen mensch meer hooren;

maar God zal ze eeuwig toebehooren,

gewijde klok!


o ’k Wou dat, om mijn ziel te laven,

zij ook dan een gebed mij gaven,

gewijde klok, gewijde klok!


Bloemlezing uit Guido Gezelle's Gedichten

Подняться наверх